Netwerk voor mantelzorgers, van maandag tot zondag

Terug

Leven met mijn grote, kleine superbroer (deel 4)

Mantelzorger Carine Gilissen beschrijft hoe het is om te leven met een mentaal gehandicapte broer. We hebben haar kortverhaal opgedeeld in 5 delen.

Een jaar geleden ga ik, zoals zo vaak, bij je op bezoek. Je ogen blinken niet. Je mond staat stil. Er zijn geen schouderklopjes meer, geen handen die wrijven van geluk, geen knuffel en geen vragen over muziek, voetbal of een of andere wielerwedstrijd. Wat is er aan de hand? Een moeilijke dag? Een babbel met de dienstdoende begeleidster geeft me vertrouwen. Het waait wel over. Ze houdt je goed in de gaten.

Weken gaan voorbij. Er verandert niets. Mijn grote broer is zijn vreugde kwijt. Ik zie een klein, bang ventje dat zich enkel veilig voelt als hij op toilet zit. Hij zit gevangen in zichzelf, in zijn eigen beleving. Uren tuur je naar de voegen in de vloer. Je bent zo bang. De dokter wordt erbij geroepen en stelt voor om medicatie toe te dienen die rust brengt.

Maanden later is er nog steeds geen verbetering. De medicatie wordt aangepast, maar het helpt niet. Je zinkt verder en verder weg. Ik maak me steeds meer zorgen en ik zit met zoveel vragen. Wat spookt er door je hoofd? Wat is er gebeurd? Waarom ben je toch zo bang? Elke dag opnieuw vraag ik me af wanneer het stopt, wanneer mijn grote broer weer lacht en naar me knipoogt.

Mijn leven is niet zorgelozer nu mijn grote broer minder druk is, minder aandacht van me vraagt en in een tehuis woont. De dagen zonder je opgewektheid, zonder je vreugde, je schouderklopjes, je woorden van dankbaarheid, je lach, je vreugdesprongetjes en je mond die nooit stilstaat, zijn veel moeilijker.

Je hebt me doen beseffen dat het geen zin heeft om te zeuren en te klagen. Geluk zit in de kleine dingen, die voor mensen met een mentale beperking, zoals mijn oudste broer, zo vanzelfsprekend zijn. Hij heeft me sterk gemaakt. Door hem sta ik met beide voeten stevig op de grond en ben ik geworden wie ik vandaag ben.

Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik aan je denk. Ik mis je drukte en ik kijk uit naar de dag dat ik de woonkamer betreed en je terug vrolijk zie. Ik droom van je glanzende ogen, die me zonder woorden zeggen dat het goed met je gaat. Als ik een liedje van Will Tura op de radio hoor, ben je zo dichtbij. Ik hoor je meezingen met een lied dat je goed kent: ‘Kon ik maar kijken tot diep in je hart’. Ik zou willen kijken, niet alleen in je hart, maar ook in je hoofd, om te zien wat je nodig hebt om je weer veilig en geborgen te voelen.

En als ik zo aan je zit te denken, vraag ik me ook af waarom het me, als zus, diep vanbinnen zoveel pijn doet. Is het omdat ik je voogd ben en ik me verantwoordelijk voor je voel? Misschien wel een beetje. Maar nog meer omdat ik fier op je ben. Ik ben je dankbaar voor al de liefde en warmte die je me geeft, iedere dag opnieuw. Je bent mijn grote voorbeeld, mijn superbroer en mijn knuffelbeer. Ik blijf voor je zorgen, maar tegelijkertijd mis ik je contact. Wanneer komt de dag dat je terug op mijn schouder klopt om me te vragen wanneer ik met je ga shoppen, een stukje taart ga eten of naar het concert van Will Tura ga? Wanneer zing je weer, kijk je weer vol spanning en geef je weer je commentaar op voetbal- en wielerwedstrijden? Stel je vragen maar. Vertel me je verhalen. Dan weet ik dat het goed met je gaat.

We gaan samen verder, jij en ik. Je bent mijn grote, kleine superbroer.

- geschreven door Carine Gilissen

Lees ook deel 1, deel 2, deel 3 en deel 5

beleving      1 reactie       25 oktober 2016
Marleen M. liet reactie achter

Je broer heeft gelukkig een heel lieve , moedige zus !

Mantelzorger van de week: Galiene Thoelen

Galiene is 22 jaar en samen met haar vader mantelzorger voor haar moeder. Die heeft een zeldzame ziekte en kan ...

mantelzorger van de week      1 reactie

Recepten om beter voor jezelf te zorgen

Iedereen beaamt hoe moeilijk en belastend mantelzorg wel is. En hoe belangrijk dat een mantelzorger ook goed voor zichzelf zorgt. ...

beleving      0 reacties